Zo haal je winst uit dezelfde hardware

“Hoeveel capaciteit heeft jullie datacenter?”
Als je die vraag krijgt, is het antwoord vaak: “X megawatt.” Of: “Y racks.” Of: “We zitten op 70%.”

Allemaal handig… als je een facilitaire rondleiding geeft.
Maar totaal onbruikbaar als je wilt weten of je IT de business vooruithelpt.

Laatst zag ik een overzicht van datacentercapaciteit per land, uitgedrukt in megawatt. Klinkt lekker en meetbaar. Je weet hoeveel stroom erin moet, je kunt CO₂-footprint inschatten en je hebt een proxy voor kosten. Maar het zegt niets over de vraag die er écht toe doet:

Wat levert die capaciteit op?

Hoeveel omzet, productiviteit, snelheid en continuïteit koop je eigenlijk met al die watts en vierkante meters?

Ik zag dit jaren geleden in het klein, heel concreet. Door een overname moesten we onze apparatuur verhuizen naar een ander datacenter. Daar kregen we ineens een aanbod dat op papier logisch leek: twee keer zoveel rackspace, maar met maar 1/6 van de stroomcapaciteit. Volgens de MW-meting was het datacenter dus kleiner. Volgens de vloerplaat was het groter. En volgens de business was het vooral: gedoe, risico en straks vertraging.

En precies dát is het probleem met ‘capaciteit’ als IT-woord.
Je kunt capaciteit meten in stroom, koeling, rack units, CPU-cores, geheugen, IOPS, netwerk… en je kunt er eindeloos dashboards van maken.

Maar je directie (en jij stiekem ook) wil maar één ding weten:

Hoeveel business kun je veilig draaien - per euro en per watt?
Hoeveel gebruikers blijven productief zonder wachttijden?
Hoeveel orders gaan foutloos door de keten?
Hoeveel klantvragen verwerk je zonder dat je team ’s nachts brandjes moet blussen?

De zotte waarheid: de meeste datacenters zijn niet ‘vol’. Ze zijn inefficiënt.
Je betaalt voor ruimte, stroom en hardware… terwijl je capaciteit weglekt in verspilling: verkeerde sizing, onnodige piekruimte, te dikke platforms, applicaties die meer vreten dan nodig is en ‘groei’ die je oplost met nóg een laag erbovenop.

Het goede nieuws: dit is op te lossen. Makkelijk zelfs. Zonder megaproject. En meestal ook nog sneller dan je denkt. In dit blog laat ik je zien hoe je datacenter-capaciteit meet in businesswaarde, hoe je verspilling zichtbaar maakt en wat het je oplevert: meer performance, minder kosten, minder energie en vooral: meer rust.

Je kent je IT-verbruik niet (je kent alleen het totaalbedrag)

De meeste organisaties ‘kennen’ hun IT-kosten… op dezelfde manier als je je energierekening kent.

Je weet wat er afgeschreven wordt.
Wat er maandelijks uitgaat.
En dat het elk jaar stijgt.

Maar vraag eens door.

Wat kost jullie CRM per gebruiker per maand?
Wat kost één order in jullie webshop aan infra + licenties + storage + netwerk?
Wat kost één minuut wachttijd in de klantenservice, in euro’s én in reputatie?

Meestal wordt het stil.

En precies daar begint het.

Want dan komt er een opdracht vanuit ‘boven’: “We moeten besparen én verduurzamen.”
Prima. Alleen… waarop dan?

Als je alleen een totaalbedrag hebt, stuur je op paniek en nattevingerwerk:

  • Budgetplafond erop
  • Projecten pauzeren
  • “Doe maar 10% minder cloud”
  • Of nog erger: “we zetten monitoring uit, scheelt licenties”

Dat is geen kostenbeheersing. Dat is blind snijden.

Wil je écht besparen (en energie terugdringen), dan moet je je verbruik kunnen aanwijzen alsof je er met een laserpen op richt.

Niet alleen in euro’s, maar ook in kWh, piekbelasting, idle-capaciteit en verspilling door inefficiënte software.

Want IT verbruikt niet ‘in het algemeen’.
IT verbruikt per applicatieketen. Per omgeving. Per team. Per klantgroep. Per feature. Per release zelfs.

Zolang je dat niet meet, kun je ook niet kiezen:

  • Waar zit de verspilling die niets oplevert?
  • Welke workloads zijn stiekem de grootverbruikers?
  • Welke applicatie is goedkoop in licenties maar duur in CPU?
  • Waar betaal je voor piekruimte die je 95% van de tijd niet gebruikt?

En hier komt de twist: als je dit eenmaal wél weet, hoef je vaak niet harder te werken. Je hoeft alleen slimmer te stoppen.

Minder verspilling. Meer capaciteit. Meer business per euro én per watt.

En ja: daar hoort techniek bij. Maar het begint niet bij techniek.
Het begint bij inzicht.

Optimalisatie: de enige besparing die je performance verbetert

De beste manier om te besparen in IT is niet “minder doen”. Het is minder verbruiken voor hetzelfde resultaat. Of beter resultaat. Optimaliseren dus. En dat raakt twee knoppen tegelijk: kosten omlaag én energieverbruik omlaag.

Verspilling in IT zit zelden in één grote onhandige beslissing. Het zit in duizend kleine: resources die altijd aan staan “voor de zekerheid”, processen die ooit logisch waren maar nu uit de hand lopen. En in applicaties die elk kwartaal zwaarder worden omdat niemand nog precies weet wat waar gebeurt.

Het mooie is: de ROI is vaak absurd goed.
Halveren klinkt als een ambitieus doel, maar in de praktijk is het vaak gewoon het laaghangende fruit dat nooit geplukt is. Niet omdat het moeilijk is, maar omdat niemand het meetbaar heeft gemaakt. En precies dat maakt mijn werk zo leuk, ik ben de brenger van goed nieuws.

Neem een klant van ons met een datawarehouse dat steeds langzamer werd. Elke maand meer CPU, meer storage, meer kosten. En dus meer energie. De oorzaak? Onbekend. De reflex? Opschalen. Want “het groeit nu eenmaal”.

Wij draaiden het om: meten → lokaliseren → optimaliseren.
Niet op ‘serverniveau’, maar op procesniveau. We brachten in kaart waar het verbruik echt vandaan kwam: welke ETL-processen slurpten, welke queries explodeerden, welke datasets groeiden zonder reden, welke batch-runs bleven doorlopen omdat ze ooit zo waren ingericht.

Zodra je dat ziet, wordt optimaliseren bijna saai.
Geen big-bang redesign. Geen heroïsche cloudmigratie. Gewoon gericht snoeien en slimmer inrichten.

Resultaat: de hardware kon door de helft.
En toen kwam de bonus: doordat de footprint kleiner werd, kon de klant overstappen naar een goedkopere licentievariant. Dubbele winst, zonder functionaliteit in te leveren.

De besparing kwam uit op meer dan 50% in kosten én energieverbruik - ruim €50.000 per jaar. En ze zijn nog lang niet klaar.

Veel organisaties denken dat besparen vooral pijn moet doen.
Optimalisatie bewijst het tegenovergestelde: besparen kan juist je IT sneller, stabieler en schoner maken.

Optimaliseren is niet sexy. Het levert wél geld op.

Veel organisaties laten geld en energie weglekken omdat “het altijd zo gegaan is”.
Servers die te groot zijn. Queries die stiekem ontsporen. ETL-jobs die blijven draaien alsof het 2012 is. Licenties die je betaalt omdat je footprint onnodig dik is.

En het frustrerende?
De besparing ligt er vaak al. Niemand pakt ’m op, omdat niemand precies meet waar de verspilling zit, En misschien wel omdat optimaliseren niet sexy klinkt in een stuurgroep. Besparen wel!

Bij Sciante doen we dit al meer dan 15 jaar.
We vinden de verspilling die anderen missen of over het hoofd zien en zetten die om in resultaat: minder kosten, minder energieverbruik, meer performance. Zonder big-bang trajecten. Zonder disruptie. Met meetbare ROI.

Wil je weten wat er bij jullie voor het oprapen ligt?
Plan een vrijblijvende afspraak van 30 minuten met mij. Dan kijken we samen waar jouw grootste lek zit… en welke optimalisatie je morgen al kunt starten.